Het meeste bietenloof blijft achter op het perceel. Afhankelijk van de manier van ontbladeren blijft het bovenop de grond liggen of wordt het, zoals bij integraal ontbladeren, deels ondergewerkt. De sporen van cercospora overleven op het organische materiaal van het bietenblad. Hoe sneller de organische stof uit het loof afbreekt hoe sneller de uitzieking van cercospora begint. Zo spoedig mogelijk na de oogst ondiep (5-10 cm) onderwerken van het loof kan er al voor zorgen dat het verteringsproces sneller op gang komt. Nog dieper onderwerken door bijvoorbeeld (eco-)ploegen is nog beter. Ook voorkomt dit dat zich grote hoeveelheden sporen naar buurpercelen kunnen verspreiden.
Dat er in uw regio op minimaal twee percelen bladschimmels in suikerbieten zijn aangetroffen. U wordt geadviseerd om al uw suikerbietenpercelen vanaf nu iedere week op bladschimmels te controleren.
.
Voer een (eerste) bespuiting uit, zo snel mogelijk na het vaststellen van een aantasting door een van de bladschimmels: stemphylium, cercospora, roest, ramularia of meeldauw in uw bieten.
Elke bladschimmel veroorzaakt een typische aantasting. Hieraan zijn ze te herkennen. Zo is meeldauw te herkennen aan een witte laag op het blad en roest aan de karakteristieke puistjes die oranje ‘stof’ (de sporen) verspreiden. Bij de andere drie bladschimmels is het herkennen met het blote oog zeer moeilijk. Geadviseerd wordt dan ook om een goede loep mee te nemen tijdens het waarnemen. Bladvlekken veroorzaakt door cercospora hebben een zwart tot roodbruine rand en zijn gevuld met zwarte bolletjes waaruit enorm veel witte sporen omhoog steken. Ook de bladvlekken die door ramularia worden veroorzaakt zitten vol hoopjes witte sporen, hier ontbreken de zwarte bolletjes echter. De kleur van de bladvlekken van ramularia is bruin tot lichtbruin en de rand van de vlek is nauwelijks donkerder verkleurd. Ook de oudere vlekken van stemphylium zijn lichtbruin, eventueel met een iets donkerder bruine rand. Kort na de infectie zijn de vlekjes die door stemphylium veroorzaakt worden heel kenmerkend: kleine gele vlekjes die van binnenuit bruin worden. In het bruine weefsel zijn hele kleine donkerbruine tot zwarte sporen te zien.
Ook de bacterie pseudomonas maakt bladvlekken, deze bacterie heeft een wondje in het blad nodig en zal daardoor na een hevige regen of hagelbui, vaak in combinatie met veel wind, aantasting veroorzaken. In de vlekjes die door de bacterie pseudomonas worden veroorzaakt zijn geen sporen zichtbaar. Voor het herkennen van de verschillende bladvlekken is een handleiding beschikbaar.
Loop in een X-patroon door het bietenperceel heen en bekijk regelmatig (bijvoorbeeld elke 10 meter) een aantal planten van heel dichtbij door te bukken of op de knieën te gaan. Gebruik hierbij een loep (dat kan ook op de telefoon of tablet). Bekijk van elke plant de voor- en achterkant van alle volledig ontwikkelde bladeren. Op www.irs.nl/bladschimmel staat meer informatie over het herkennen van de verschillende bladschimmels en bladaantastingen en/of gebruik de Ziekten&Plagen-applicatie/App.
Er kunnen bietenbladeren opgestuurd worden, maar dat kan alleen via uw teeltadviseur van de suikerindustrie, voorlichting of handel. Zij hebben de juiste formulieren en weten hoe de monsters verpakt moeten worden. Bovendien hebben zij de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan in het herkennen van bladschimmels, waardoor het vaak niet nodig is om een monster in te sturen. Lees meer over diagnostiek in Teelthandleiding.
Nee, dat hoeft niet. Pas als er nieuwe aantasting (of uitbreiding van de bestaande) wordt vastgesteld op uw bietenperceel, is het nodig een fungicidebespuiting te herhalen. Bij ongunstig weer voor bladschimmels kan het zomaar zijn dat dit pas zes tot acht weken na de eerste bespuiting nodig is. Bij gunstig weer voor bladschimmels kan het zijn dat u na drie tot vier weken, of zelfs twee weken nieuwe aantasting vindt. Dan is het wel nodig om een nieuwe fungicidenbespuiting uit te voeren. Het is dus wel nodig om regelmatig (bij voorkeur elke week) uw percelen te controleren. Zeker in de periode juni tot eind augustus als er veel nieuw loof wordt gevormd, want dat is onbeschermd. Voor de derde en eventueel volgende bespuitingen geldt hetzelfde als voor de tweede bespuiting.
Bekijk dan bij elke controle elk ras afzonderlijk. Door verschillen in onder meer bladstand, bladkleur en loofhoeveelheid, kan als u slechts één van de rassen waarneemt, in de andere een epidemie ontstaan die u te laat opmerkt. Dit speelt met name bij de controles na de eerste bespuiting. Vaak zit er een korte periode tussen het verschijnen van de eerste vlekjes in het ene en andere ras.
De keuze voor een middel hangt af van welke schimmel uw gewas aantast. Retengo Plust en Spyrale hebben een goede nevenwerking tegen stemphylium, Sphere heeft een matige nevenwerking.
Bij aantasting door cercospora moet rekening gehouden worden strobilurine-resistentie. Deze komt op veel percelen voor. Om de bestrijding van cercospora te verbeteren zijn de volgende opties mogelijk:
- vermijd het gebruik van middelen met strobilurines bij de eerste twee bespuitingen en/of kies voor een middel met een hogere dosering van difeno-, cypro- of epoxiconazool bij de toegestane dosering;
- voeg bij elke bespuiting de hulpstof Promotor toe, dit verbetert de effectiviteit;
- mix de volle doseringen van twee middelen die een verschillend triazool bevatten bij de eerste of de tweede bespuiting.
De bladschimmels roest, ramularia en meeldauw worden goed bestreden door alle in suikerbieten toegelaten fungiciden. Alleen Borgi, Mavita 250 EC en Score 250 EC zijn wat minder effectief op meeldauw. Om resistentievorming te voorkomen dient u de middelen zoveel mogelijk af te wisselen. Meer informatie hierover vindt u op www.irs.nl/bladschimmel.
Dit kunt u zien op het kaartje op www.irs.nl/bladschimmelkaart. Als u een regio aanklikt ziet u de actuele waarschuwing, met de datum daarvan, voor die regio.
Controleer uw bietenperceel. Alleen als u een bladschimmelaantasting vindt in uw perceel, dan is het nodig om een fungicidenbespuiting uit te voeren. Door het verschil in microklimaat, bouwplan, grondsoort en gewasstand tussen de regio’s, kan er enkele tot vier weken verschil in waarschuwing zitten.
Wanneer u bladschimmelaantasting aantreft, stuur dan ook via uw teeltadviseur een aantal bladeren naar IRS Diagnostiek, zodat ook uw collega’s gewaarschuwd worden.
Op een droog gewas is de droogtijd van de middelen 1 tot 2 uur. Wanneer het loof bij de bespuiting nog iets vochtig is, is de droogtijd langer. Op een nat gewas spuiten heeft verdunning en afrollen van het middel met daardoor een sterk verminderde werking tot gevolg.
De fungiciden worden het beste opgenomen door functionerend blad. Dat is het blad wat overeind staat. Het beste kunt u ’s morgens vroeg spuiten als het blad nog overeind staat. Komt het blad in de nacht niet meer overeind, dan kunt u beter wachten tot na (be)regen(ing). Wanneer het blad afsterft gaat ook het effect van de fungiciden op dat blad verloren.
Door beregenen ontstaat er in het gewas een vochtiger microklimaat. Dit is gunstig voor schimmels. Doordat de vochtige grond buffert, zal dit effect tot enkele dagen na de beregening aanhouden. De hogere luchtvochtigheid zorgt in combinatie met de temperatuur dat de omstandigheden voor infectie gunstig kunnen zijn. Wanneer er al loof is afgestorven, zal door de beregening nieuw loof gevormd gaan worden. Dit is onbeschermd zolang het niet geraakt is tijdens een fungicidenbespuiting.
Om opbrengstverlies te voorkomen is het belangrijk dat de grond bedekt blijft met groen loof tot aan de oogst of tot in elk geval half oktober bij een later oogsttijdstip. Daarom is het belangrijk te blijven controleren op uitbreiding van de bladschimmels en als dat zo is tot aan begin oktober een fungicidebespuiting uit te voeren. Aan het einde van het groeiseizoen worden de dagen korter en daardoor neemt de groei van de bieten af, maar ook de agressiviteit van de bladschimmels. Hierdoor is een fungicidebespuiting na begin oktober vrijwel niet meer rendabel. Door de lagere productiviteit en de lagere agressiviteit van de bladschimmels mag het loof in het najaar wel wat aantasting vertonen. De stelregel is dat tot half oktober in elk geval de grond (van bovenaf bekeken) met groen blad bedekt moet zijn om geen opbrengstverlies te hebben.
Foto’s: Links is de grond niet meer bedekt met groen loof, rechts wel. De grond bedekt houden met groenloof tot aan de oogst of in elk geval half oktober is een voorwaarde om geen opbrengstschade te leiden.
De fungiciden die toegelaten zijn in de suikerbieten werken lokaal-systemisch. Dat betekent dat het fungicide wordt opgenomen en verspreid wordt in het blad dat geraakt is. Daardoor is alleen het geraakte blad beschermd. De afbeelding hieronder geeft dat voor de gewasontwikkeling in de vroege zomer weer. Hetzelfde geldt ook voor hergroei na bladafslag (hagel), droogte en afsterven door bladschimmels.
In de periode juli-augustus wordt relatief veel nieuw blad gevormd. Blad dat niet geraakt wordt en nieuw gevormd blad is onbeschermd. Bij een bespuiting vroeg in het seizoen (eind juni-begin juli), met een goede verdeling van de spuitvloeistof, worden alle uitgevouwen bladeren geraakt (A). Twee weken na de bespuiting van de bieten (A) zijn in de periode juli-augustus de rode bladeren (B) nieuw gevormd en dus onbeschermd!
Sinds seizoen 2019 worden de infectiewaarden voor cercospora en stemphylium in het Bieten Advies Systeem (BAS) van Suiker Unie weergegeven. Deze infectiewaarden worden bepaald door sensoren die het microklimaat in het suikerbietengewas op 15 cm hoogte meten en elk kwartier doorsturen via het LoRa telefonienetwerk. De infectiewaarden worden per sensor getoond. Het gebruik van de infectiewaarden werkt het beste voor het perceel waar de sensor staat opgesteld. Infectiewaarden tussen naburige percelen kunnen behoorlijk verschillen door de verschillen tussen de percelen in bijvoorbeeld de hoeveelheid loof, wel of geen beregening en de vochttoestand van de bodem. De infectiewaarden die op basis van de metingen van de sensoren worden berekend, zijn indicatief of er infectie heeft kunnen plaatsvinden. Hoe hoger de waarde, hoe groter de kans op infectie door bladschimmels. Echter, voor infectie zijn ook nog sporen van de schimmel nodig, de hoeveelheid sporen verschilt ook van perceel tot perceel. Een vuistregel is, dat wanneer de som van de infectiewaarden van twee opeenvolgende dagen 6 of meer bedraagt, er na 5-14 dagen vlekjes in het gewas kunnen verschijnen of bij komen. Een som van de infectiewaarden van twee opeenvolgende dagen van 6 of groter is dan ook een signaal om te gaan waarnemen of mogelijk een keer extra te gaan waarnemen op bladschimmels in de komende week.
Mail uw vraag naar de verantwoordelijke projectleider (Bram Hanse):
Bepaal het bewaaradvies VORST voor uw locatie
Code bewaardavies VORST voor 'Lelystad'
Advies wel/niet afdekken met WINDDICHTE MATERIALEN
Het Bewaaradvies VORST suikerbieten is vanochtend om 9.00 uur vastgesteld met de op dat moment geldende weersverwachting. Zie datumcode linksonder in de kaart.
Wordt de kaart niet goed weergegeven, klik dan op deze link.
Naast de suikerbietenteelt is het IRS ook actief in onderzoek en voorlichting voor de cichoreiteelt. Het onderzoek is onder andere gericht op de onkruidbestrijding, rassen en zaadkwaliteit. Alle informatie over de cichoreiteelt, zoals actuele berichten en teeltinformatie, is te vinden op www.cichorei.nl.
De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.